TYPE :
    grondvorm van de prent met als referentie: de voornaamste techniek die gebruikt werd bij de realisatie van de prent.
    Bijvoorbeeld : canivet = knipprent of knipselprent met al dan niet, een geschilderde voorstelling.
    De verschillende typen worden hier verder even verklaard.


1) applicatieprent:
    Meestal een gravure, met oplegwerk van uitgeknipte stoffen,
    die op perkament of papier werden aangebracht.



2) burijngravure:
    Gravure waarbij iedere lijn, door een naald met een ruitvormige spits (een burijn),
    in spiegelbeeld op een koperplaat aangebracht wordt.



3) canivet:
    Prenten die met een klein pennenmes (canivet) of met speciale schaartjes,
    opengewerkt en/of geprikt werden, meestal met een beschilderd médaillon in het midden.




4) ets:
    Een koper-of zinkplaat, wordt met een laagje vernis bedekt, daarna zwart gewalmd
    en bekrast met een etsnaald. Een zuur bijt nu het metaal verder uit. Daarna wordt
    de vernis verwijderd, de plaat ingeinkt en onder de diepdrukpers gebracht.




5) fotografische prent:
    Lichtdruk = vlakdruktechniek op een glazen plaat, die berust op de gevoeligheid van licht voor chroomzouten. Levert perfecte reproducties op.




6) gedreven afbeelding:
    Het resultaat van metaaldrijfwerk (zilver, goud, koper).




7) geponste kant prent:
    Machinaal vervaardigde, opengewerkte rand of volledige prent. (Meestal Parijzer papieren prentjes uit de 19e eeuw).




8) houtgravure:
    In kopsgezaagd palmhout wordt de afbeelding in spiegelbeeld aangebracht.
    Er vormen zich witte lijnen en zwarte vlakken door toepassing van het hoogdrukprocédé.




9) houtsnede:
    Uitgesneden stempels (in spiegelbeeld aangebracht) op in de langsrichting gezaagd
    fruitbomenhout. Gebruik van het hoogdrukprocédé.




10) ingekleurde gravure:
    Houtsnede,hout-,koper-, staal- en steengravure, die ambachtelijk (manueel) werden
    beschilderd binnen de lijnen.




11) kopergravure:
    Met een graveerstift wordt, in spiegelbeeld, de voorstelling uit een plaat gesneden.
    De opgekrulde randjes worden weggeschraapt. Met een tampon wordt inkt op de plaat
    gebracht en vervolgens wordt de plaat weer zorgvuldig gereinigd.
    Het papier wordt dan wat vochtig gemaakt zodat het de inkt in de groeven kan opzuigen.
    De plaat wordt dan krachtig aangedrukt.=diepdrukprocédé.




12) litho:
    De lithografie is een steendruk (op een steen). Sinds 1795.




13) prikprent:
    Delen van de voorstelling of van de rand van de prent worden met een naald geprikt.




14) schildering:
    De prent is een klein schilderijtje (meestal een aquarel of gouache),
    volledig met de hand geschilderd.




15) fotografische prent:
    Een kleurenreproductie of foto.




16) tekening:
    Een prent die volledig met de hand werd getekend.(ook met inkt).