1.HISTORIEK:

    De laatste jaren blijken devotieprenten, meer in het bijzonder de Vlaamse Sanctjes, (zeg maar Antwerpse religieuze grafiek) in publicaties en bij het publiek, steeds meer aandacht te krijgen. "Andachtsbild" was en is nog steeds op zijn plaats!

    Op veilingen, op ruilbeurzen en in antiquariaten halen deze voorbeelden van volkse kunst en devotie een goede handelswaarde! In deze tijd waar religie en devotie steeds meer op de achtergrond verdwijnen, lijkt het koesteren en verzamelen van "SANTJES" een reflex naar de geborgenheid, de gemoedelijkheid, het mystieke van vervlogen tijden.
    De studie van de devotieprent brengt ons een boeiend stukje cultuurgeschiedenis.
    Wellicht vinden devotieprentjes hun oorsprong in miniaturen en fresco's. Deze prentjes werden eerst gebruikt als bladwijzer en/of wandversiering. Later wilden devotieprenten vooral de vroomheid bevorderen.

    Steeds meer wetenschappers raken ervan overtuigd dat de boekdrukkunst zou ontstaan zijn uit de noodzaak om op grote schaal devotieprenten te kunnen verspreiden.
    Dit impliceert dat er voor 1437 (ontstaan van de drukkunst) reeds prenten bestonden. Meestal worden hier de verluchtingen in manuscripten en de hoogdruk met houtblok bedoeld. De massale verspreiding van prentjes kon pas gebeuren na het ontstaan van de boekdrukkunst in de 15e eeuw.
    Omstreeks het einde van de veertiende eeuw zagen de eerste houtsneden het levenslicht. De houtsnede is de oudste werkwijze om prenten en prentjes te vermenigvuldigen. Volgens A.J.J. Deelen is de oudste, gedateerde prent op papier de H.Maagd met Heiligen (prentenkabinet Brussel) die het jaartal 1418 draagt. Toch kennen wij al veel eerder religieuze prenten. Vanaf 1300 werden ze reeds met de hand geschilderd op perkament of papier. De "pictor ymaginum" of "beildekensschilder" verkocht prentjes in eigen woonplaats en zo mogelijk tot ver daarbuiten.
    Vanaf de vijftiende eeuw maakten de graveurs vooral kopergravures. Naast prenten voor een adellijk publiek en de hogere burgerij worden er vanaf deze periode ook prentjes gedrukt voor Jan en alleman! Na 1550, wanneer de godsdienstige en politieke toestanden in de Nederlanden grondig veranderen, breekt er voor de Vlaamse graveerkunst (zeg maar Antwerpse "prentenvercoopere" een gouden tijd aan. Als reactie op de Protestantse afkeer voor al wat afbeeldingen betreft (beeldenstorm) komt er onder impuls van de jezuieten een contrareformatie op gang.
    Het graveren en drukken van devotieprentjes werd in Antwerpen ingevoerd door de Haarlemmer Filip Galle die hier omstreeks 1567 kwam wonen en stamvader werd van drie graveursgeneraties.

    De Jezuieten waren ongetwijfeld de grootste afnemers van religieprenten. Zij gebruikten deze prenten om de massa meer zin voor religie bij te brengen. Behalve religieuze prenten ontstonden er in de 15e eeuw reeds met de hand geschilderde speelkaarten. Als onderwerp voor de devotieprenten weerhouden we religieuze taferelen: Maria, Heiligen, episodes uit het leven van Christus.
    Naast de "printsnijders" waren de kloostergemeenschappen van mannen en vrouwen naarstig bezig met productie, het inkleuren en de verspreiding van deze prentjes. Toch zijn de Vlaamse volksprenten, die dateren van voor de 19e eeuw vrij schaars. De kleine devotieprentjes en de bedevaartvaantjes zijn hier de uitzondering op de regel. In het noorden van Nederland beperkte de productie zich hoofdzakelijk tot bijbelprenten. Hier is nog geen scherp onderscheid tussen de kunstprent en de volksprent.
    Overigens duidt het woord volk, in de samenstelling "volksprent" op de bestemming van de prent en niet op de populaire of het artistieke gedeelte van de uitvoering of de inhoud. Vele prenten zijn dan ook van bekende kunstenaars. Omstreeks het midden van de 16e eeuw was de Benedictijnerabdij van Sint-Truiden een belangrijk centrum van religieuze prentkunst. Echter tegen het einde van die eeuw namen beroepsgraveurs en prenthandelaren dit werk over. Antwerpen werd voortaan het belangrijkste productiecentrum.

    De belangrijkste graveurs hier waren: Antoon en Hieronymus Wiericx, Adriaan Huberti, Adriaan Collaert, Filip Galle.
    E. van Heurck legde een biografische naamlijst aan van 178 graveurs die van de 16e tot de 18e eeuw op dit terrein werkzaam waren in Antwerpen. Het betreft hier soms hele kunstenaarsgeneraties die van vader op zoon het vak voortzetten. De bekendste geslachten zijn: de Galles, de van Merlens, de Bouttats, de Bunels, de Collaerts, de De Mans, de Huberti's, en natuurlijk de Wiericxen.
    Zoals gezegd genoten de heiligenprentjes of santjes in de volksdevotie de meeste bijval. Dat Antwerpen het belangrijkste productiecentrum uit zijn tijd was zal niet alleen te maken hebben met de tegenreformatie maar ook met de ver doorgedreven kunstdruktechnieken die de Antwerpse drukkers beheersten (Plantin Moretus). Dit duurde tot aan de Franse revolutie (omstreeks 1790). Daarna verhuisde de productie naar andere centra zoals Augsburg en Parijs.
    Er kunnen heel wat vragen gesteld worden wat betreft het doel en gebruik van devotieprentjes. De geschreven teksten aan de achterzijde van de prentjes geven dikwijls antwoorden op deze vragen.


    2. BIBLIOGRAFIE

    De studie van de devotieprent kent de laatste jaren steeds meer aandacht.
    Naast echte standaardwerken zoals: "Les images de dévotion Anversoises du 15e au 19e e s" van E.Van Heurck (1930) " Het hemels prentenboek" van J.A.J.M. Verspaandonk (1975), "Antwerpse devotieprenten vanaf de contrareformatie tot aan de Franse revolutie" van Joanna Peeters en Jan Van Hemelryck (1981), "Vlaanderen" nr 241 met "De hemel op aarde - Vlaamse devotieprenten uit de 17e en 18e eeuw" van verschillende eminente auteurs (1992), "Antwerpen Internationaal uitgeverscentrum van devotieprenten 17e en 18e eeuw" van Alfons Thys (1999) en ook "Dictionnaire des graveurs anciens et modernes avec une notice des principales estampes" van P.F.Basan (1723-1797)... komen er steeds meer studies, verhandelingen, catalogen, heuse boeken en kijkboeken op de markt.